De onderzoekers

De onderzoekers

De volgende onderzoekers zijn vanuit het LOKO (Landelijke Overleggroep Korsakov Onderzoek) betrokken bij de diverse onderzoekslijnen:

Erik Oudman

                                                                                                       

Erik is sinds 2011 als onderzoeker en psycholoog verbonden aan Korsakovcentrum Slingedael. Hij zegt hier over: "Ik ben in 2016 aan de Universiteit Utrecht gepromoveerd op mijn onderzoek naar het lerend vermogen en het vergroten van zelfstandigheid van Korsakov-patiënten. Sindsdien doe ik nog steeds onderzoek naar het (verbeteren van) het geheugen bij Korsakov, maar ook het sociale functioneren, het voorkomen van de ziekte en het verbeteren van de kwaliteit van leven van deze doelgroep. Het onderzoek naar sociale cognitie gaat over het zich kunnen inleven in een ander. Het doel is de behandeling voor problemen ten aanzien van de sociale cognitie vorm te geven. Een andere lijn van onderzoek ligt in de preventie: welke andere oorzaken voor Korsakov zijn er behalve alcoholgebruik? Centraal staat daarbij het voorkomen of het verbeteren van de gevolgen van Korsakov. Want als je tijdig handelt, kan grote schade voorkomen worden.” Erik begeleidt Mirjam van Dam, Misha Oey, Ingrid Tülen en Roeline Biemond als co-promotor bij hun promotietraject. Erik werkt klinisch als GZ-psycholoog en is als docent verbonden aan de RINO Groep Utrecht en Rino Amsterdam.

Kijk hier voor Erik Oudmans bibliografie

Mirjam van Dam

                                                                                                         

Mirjam is verpleegkundig onderzoeker. Hiervoor heeft zij de masteropleiding klinische gezondheidswetenschappen richting verplegingswetenschap gevolgd aan de universiteit van Utrecht. Zij houdt zich in Slingedael bezig met de verbinding van onderzoek naar praktijk en vice versa en zij doet (promotie) onderzoek in het verpleegkundig vakgebied. In het bijzonder naar verpleegkundige zorg bij mensen met het syndroom van Korsakov. “Er is weinig tot geen wetenschappelijke literatuur te vinden over verpleegkundig handelen en verpleegkundige diagnoses bij het syndroom van Korsakov. Voor bewoners met Korsakov is het belangrijk dat de verpleegkundige zorg die ze ontvangen onderbouwd wordt, omdat daarmee aangegeven wordt dat we de best mogelijke zorg bieden (evidence based practice). Bovendien staat de verpleegkundige het dichtst bij de cliënt en kan hierdoor een grote bijdrage leveren aan de kwaliteit van leven van de cliënt.” Mirjam kijkt in haar promotie-traject naar verpleegkundige uitdagingen in de zorg en de behandeling van bewoners met het syndroom van Korsakov. Ze staat hierbij niet alleen stil bij de bewoners maar ook bij de valkuilen en uitdagingen voor verzorgers. Verder is Mirjam betrokken bij een project waarin eenzaamheid bij mensen met Korsakov centraal staat. Hierbij wordt actieonderzoek als aanpak gebruikt. “Bij actieonderzoek doe je onderzoek in de praktijk, samen met de mensen uit de praktijk. Kennis ontwikkelen en verbeteren van de praktijk gaan daarbij gelijk op. In dit project kijken we of en welke interventies tegen eenzaamheid ingezet kunnen worden.”

Kijk hier voor Mirjam van Dams bibliografie

Monique van Bruggen-Rufi

                                                                                                       

Monique is van origine opgeleid tot operatieassistent en heeft ruim 20 jaar in de behandelpoliklinieken van algemene ziekenhuizen gewerkt. Zij heeft op latere leeftijd een carrièreswitch gemaakt en studeerde af als muziektherapeut. In deze hoedanigheid heeft zij voor het eerst kennis gemaakt met de Korsakov-populatie bij Atlant Zorggroep waar ze 8 jaar heeft gewerkt. In de tussentijd studeerde ze door en is na haar Master Muziektherapie-opleiding een promotieonderzoek gestart naar de effecten van muziektherapie bij mensen met de ziekte van Huntington. Zij promoveerde in januari 2018, waarna ze verder is gedoken in het (wetenschappelijk) onderzoek. Zij is sinds 1 januari 2021 als senior onderzoeker werkzaam bij de Saffiergroep in Den Haag, op de Korsakov-locatie Domus Nostra. In deze functie enthousiasmeert, begeleidt, coacht en superviseert ze iedereen die binnen de muren van Domus Nostra onderzoek wil doen, op elk vlak en elk level. Zo staat o.m. een onderzoek over de inzet van een therapiehond op stapel, alsmede een promotieonderzoek naar de empathisch-directieve benadering vanuit filosofisch oogpunt, en vanuit muziektherapie-methodiek.  Vooral dit laatste onderzoek hoopt Monique landelijk uit te zetten binnen de bij KKC-aangesloten zorginstellingen. De onderzoeken zijn zoveel mogelijk passend binnen de onderzoekslijnen die door het KKC zijn opgesteld. Tevens vindt een groot onderzoek plaats aan de hand van een theatervoorstelling door alle vaktherapeuten, waarbij participatie en sociale inclusie, de kernwaarden van Domus Nostra, centraal staan.

Kijk hier voor Monique van Bruggen-Rufi's bibliografie

                                                                                        Jan Wijnia

                                                                                                 

 

Jan W. Wijnia is als opleider specialist ouderengeneeskunde en onderzoeker werkzaam bij de Leliezorggroep in Rotterdam, locatie Korsakovcentrum Slingedael. Hij is in het Erasmus MC, afdeling Psychiatrie, gepromoveerd op vroegdiagnostiek van het syndroom van Wernicke-Korsakov. Eerdere werkzaamheden betroffen de klinische neurologie, acute psychiatrie, revalidatie in het verpleeghuis en palliatieve zorg. Eerste spreekuur was bij Kruispost in Amsterdam, voor mensen die onverzekerd waren, dakloos of asielzoeker. In Slingedael zet Jan zijn ervaring in binnen het multidisciplinaire team van de Observatie & Screening Unit, waarnaar mensen worden verwezen voor diagnostiek van het syndroom van Korsakov. In zijn wetenschappelijke publicaties over het syndroom van Korsakov beschrijft Jan vooral op welke manier het lichamelijk fout gaat. Nieuwe kennis over ziektemechanismen kan leiden tot betere diagnostiek. Momenteel onderzoekt Jan de gewaarwording van pijn. Waarom heeft iemand met het syndroom van Korsakov vaak een hogere pijndrempel? Het gaat dan bijvoorbeeld om pijn door een verstopte slagader, pijn bij kanker of blijven doorlopen met een botbreuk. Een gestoorde pijnbeleving kan voor de persoon leiden tot vertraging in hulpvragen en diagnostiek. Zo komt het voor dat een iemand met het syndroom van Korsakov bij de vaatchirurg vertelt geen pijn te hebben. De ernst wordt dan onderschat. Bij doorvragen geeft diegene dan wel aan ’s nachts wakker te worden van ongemak. Dus er is echt wel wat mis. Dit wetenschappelijk onderzoek richt zich dus op de verbetering van de persoonlijke omstandigheden rond diagnostiek, rekening houdend met de onderliggende mechanismen van ziekte.

Kijk hier voor Jan Wijnia's bibliografie 

                                                                               Yvonne Rensen

                                                                                 

 

Yvonne Rensen studeerde psychologie aan de Radboud Universiteit. Kort na haar afstuderen begon zij aan haar promotietraject naar foute herinneringen. De link met het syndroom van Korsakov is dan al snel gelegd. De dataverzameling vond veelal plaats bij het Topklinisch Centrum voor Korsakov en alcoholgerelateerde cognitieve stoornissen van het Vincent van Gogh in Venray. Dit was de eerste aanraking met de praktijk. De liefde voor werken met deze doelgroep ontstond en het is dan ook niet verassend dat ze na haar promoveren met deze doelgroep bleef werken in de praktijk. Yvonne kwam met het KKC in aanraking door het project Foutloos Leren, een groot multicentreproject, waarbij verschillende leden van het KKC de foutloos lerenmethode gingen toepassen en data voor onderzoek aanleverden via het KKC. “Naast internationale publicaties hebben we samen met het KKC een handleiding geschreven over hoe de onderzoeksresultaten in de praktijk kunnen worden gebracht. Want dat is natuurlijk waar het om gaat als je mensen echt wilt helpen.” Sindsdien weten Yvonne en het KKC elkaar goed te vinden voor onderzoekszaken. Momenteel doet ze onder meer onderzoek naar de herkenning en eventueel behandeling van apathie. “Dat is een veel voorkomend probleem bij mensen met Korsakov. De mensen zelf hebben er vaak niet zoveel last van, maar voor naasten is het heel vervelend als hun vader weinig interesse en initatief toont. Ook zien we vaak dat als mensen eenmaal in beweging komen, ze wel kunnen genieten” Een andere onderzoekslijn houdt zich bezig met sociale cognitie, hoe iemand afgestemd is richting anderen. “Kan iemand zich in een ander verplaatsen? Het blijkt dat mensen met Korsakov daar meer moeite mee hebben dan mensen zonder Korsakov.”

Kijk hier voor Yvonne's bibliografie

                                                                                                         
                                                                                                        Wiltine Moerman

                                                                                                 

Na haar studie psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen ging Wiltine aan de slag bij Atlant. “Ik kwam er terecht in een omgeving waarin onderzoek werd gewaardeerd en gestimuleerd, dat paste helemaal bij mij.” Door het werken op de afdeling voor Korsakovzorg werd haar interesse in deze bijzondere doelgroep aangewakkerd. “Het zijn mensen met zowel  cognitieve als psychiatrische problematiek. Die combinatie maakt het een uitdagende groep om mee te werken. Dat trekt mij aan.” Wiltine doet dan ook graag onderzoek dat mensen met Korsakov verder kan helpen. “Ik onderzoek executieve functiestoornissen van mensen met het syndroom van Korsakov. Mensen met het syndroom van Korsakov hebben vaak moeite met de meest eenvoudige dingen, zoals zelfstandig naar een activiteit gaan, hun kleding in de juiste volgorde aantrekken of opstaan uit bed. Ook hebben ze vaak moeite met het aanpassen van hun gedrag, initiatief nemen of iets organiseren. Dit noemen we executieve functiestoornissen. Executieve functiestoornissen zorgen voor problemen op allerlei gebieden en zorgen voor beperkingen in het dagelijks leven. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar wat deze executieve functiestoornissen precies inhouden. In mijn onderzoek stel ik vragen als: welke deelgebieden van de executieve functies zijn beschadigd? Wat gaat er nog wel goed? En wat is de relatie met probleemgedrag?” Ook onderzoekt Wiltine apathie, een veelvoorkomend probleem bij mensen met Korsakov. Hiervoor gebruikt ze een nieuwe lijst die de drie verschillende onderdelen van apathie meet: sociale apathie, emotionele apathie en gedragsmatige apathie. “Wat is de relatie tussen apathie en executieve functiestoornissen? En hoe ziet apathie er uit bij het syndroom van Korsakov? Op deze en andere vragen probeer ik een antwoord te vinden.”

Kijk hier voor Wiltines bibliografie

                                                                                                                       Gea van Dijk

                                                                                                         

Gea C. van Dijk is van oorsprong fysiotherapeut en deed veel ervaring op in ziekenhuizen en de ouderenzorg. “Daarna werd ik manager en promoveerde ik in die tijd. Als manager stond ik wat meer van de werkvloer af, als onderzoeker juist dichterbij. Vanuit Noorderbreedte ben ik tegenwoordig associate Lector ‘Ouderen met psychische problemen’ bij NHL Stenden University of Applied Sciences. Ook ben ik bezig met het vormgeven van de nieuwe Onderzoeksacademie Noorderbreedte. Ik ben nu volledig bezig met onderzoek, waarbij ik zowel universitair onderzoek, onderzoek door studenten, als onderzoek door medewerkers initieer, ondersteun en met elkaar verbind. Medewerkers stimuleren zelf onderzoek te doen vind ik belangrijk: je ziet medewerkers groeien, enthousiast zijn en met behulp van onderzoek hun werk en de kwaliteit van zorg en begeleiding voor cliënten en naasten, zelf nog verder verbeteren.” De doelgroep Korsakov heeft een warme plek in Gea’s hart. “Er is nog maar weinig onderzoek naar deze kwetsbare groep gedaan, daar zet ik me graag voor in. Het is wat een vergeten groep mensen, maar die verdienen net zo goed de beste zorg als andere groepen.” Momenteel is Gea bezig met onderzoek gericht op het omgaan met probleemgedrag bij ouderen met psychische problemen die nog thuis wonen. “Daar vallen ook mensen met Korsakov onder. We richten ons daarbij op medewerkers binnen zorg en welzijn en hoe zij beter met depressie en agressie van deze thuiswonende cliënten kunnen omgaan.” Daarnaast zijn er onderzoekslijnen, gericht op het nieuwe landelijke rookbeleid bij zorgcentra en op vrijstaande Tiny Houses als mogelijke nieuwe woonvorm voor mensen met Korsakov. Gea begeleidt Hetty Kazimier en Jelte Woudsma als copromotor bij hun promotietrajecten.

Kijk hier voor Gea's bibliografie

                                                                                                              Ineke Gerridzen

                                                                                                           

Sinds haar afstuderen is Ineke al geïnteresseerd in neurologie. Na een aantal jaren in het ziekenhuis te hebben gewerkt ging ze de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde (destijds verpleeghuisarts) volgen. In 2001 begon haar loopbaan bij Atlant waar ze met de doelgroep Korsakov in aanraking kwam. Het ziektebeeld bleek dusdanig fascinerend dat haar interesse groeide en daarmee haar kennis over het ziektebeeld en de wens om onderzoek te doen. Er volgde een publicatie in het Tijdschrift voor Ouderengeneeskunde en Ineke ging met het KKC samenwerken om een grote dataverzameling op te gaan zetten over mensen met Korsakov. Wat volgde was een dossieronderzoek naar kenmerken van 556 verpleeghuisbewoners die op een Korsakov-afdeling verblijven. “Denk aan ziektebeelden, gebruik van psychofarmaca, et cetera. Met dat onderzoek won ik de posterprijs tijdens een Verensocongres. Daarnaast won ik een beurs van Verenso. Met die prijzen op zak kon ik aan de slag bij de afdeling Ouderengeneeskunde van het VUmc, en startten we de Korsakov-studie. Op dit onderzoek ben ik in 2020 gepromoveerd. Het doel van dit onderzoek was om  de groep mensen die op de Korsakov-afdelingen verblijven verder te gaan beschrijven. We hebben uitgebreid gekeken naar co-morbiditeit, gebruik van psychofarmaca, cognitief en dagelijks functioneren, gedragssymptomen en ziekte-inzicht. Ook hebben we geïnventariseerd hoe zorgmedewerkers goede zorg voor mensen met Korsakov zouden omschrijven.” Uit het onderzoek bleek onder meer dat psychofarmaca veel meer worden voorgeschreven dan je zou verwachten op grond van de psychiatrische co-morbiditeit. “We denken dat deze medicatie ook wordt voorgeschreven om probleemgedrag te behandelen.” Verder bleek dat de verpleeghuisbewoners met  Korsakov veel andere somatische en psychiatrische ziektebeelden hebben, zoals hart- en vaatziekten, COPD, depressie en psychotische verschijnselen. Ook gedragssymptomen, komen veel voor. Met name agitatie, ontremming en prikkelbaarheid werden vaak gezien. “Het interessante daarbij was dat de belasting die zorgmedewerkers ervaarden door de gedragsproblematiek relatief laag was. Dit is deels verklaarbaar doordat de verzorgenden gewend zijn om met dergelijk gedrag om te gaan, maar ook door de specifieke woonomgeving en dagbesteding die op deze Korsakov-afdelingen wordt geboden.” Er lopen inmiddels enkele nieuwe onderzoekslijnen die op Inekes onderzoek inhaken.

Inekes bibliografie vind je hier