Publicatie over confabulatie

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

6 juli 2021

Publicatie over confabulatie

Er is een nieuwe publicatie over confabuleren bij mensen met korsakov. Het onderzoek is geschreven door onder andere Erik Oudman van Slingedael, samen met het Vincent van Gogh Instituut (Roy Kessels, Yvonne Rensen). In het nieuwe onderzoek werd gekeken of mensen in de acute fase na het ontstaan van korsakov net zo vaak confabuleerden als in de langdurige fase.

Confabuleren is het vertellen van overdreven, gefantaseerde of onjuiste verhalen vanuit een beschadiging van de hersenen. Het komt veel voor bij het syndroom van Korsakov. Mensen die confabuleren denken zelf dat ze de waarheid vertellen, maar dat doen ze niet. Anders dan bij een waanstoornis gaat het bij confabuleren om dingen die wel echt gebeurd zouden kunnen zijn, bijvoorbeeld het bezoek van een familielid, of het vertellen over een eerder gesprek (dat er niet was). Zo kan iemand met korsakov je vertellen dat hij 's ochtends bij het benzinestation was om te tanken met zijn auto, terwijl hij al jaren in een instelling woont en geen auto meer heeft.

In het nieuwe onderzoek werd gekeken of mensen in de acute fase na het ontstaan van korsakov net zo vaak confabuleerden als in de langdurige fase. Het bleek dat de bewoners van Slingedael vaker confabuleerden dan de observanten van Vincent van Gogh. Waarschijnlijk zijn de mensen die langdurig opgenomen worden in een specialistisch centrum zoals Slingedael functioneel slechter dan op een observatieafdeling. Een belangrijke bevinding van het onderzoek is dat confabulaties niet uitdoven bij korsakov, maar blijven bestaan. In de oude literatuur werd er vaak vanuit gegaan dat confabulaties spontaan zouden verdwijnen en alleen in de acute fase aanwezig waren: dit blijkt niet te kloppen.

Betekenis

Omdat confabulaties blijven bestaan bij korsakovpatiënten en dit negatieve gevolgen heeft voor bijvoorbeeld sociaal contact en het aantal gerapporteerde andere psychiatrische symptomen, is het van belang om gerichter confabulaties te behandelen. Dat kan door bijvoorbeeld het inzetten van sociale interventies (dus het bevorderen van sociaal contact). Er bestaat op dit moment nog geen directe behandeling die confabulaties gericht kan verminderen, maar het ontwikkelen daarvan is door de chroniciteit en slechtere uitkomst van belang.

 

Benieuwd naar het hele onderzoeksartikel? Lees verder.

Deel deze post