Waarom de ‘sociale motor’ bij Korsakov vaak hapert

Waarom de ‘sociale motor’ bij Korsakov vaak hapert

Wie aan het syndroom van Korsakov denkt, denkt vaak direct aan de ernstige geheugenproblemen. Maar op de werkvloer lopen we soms tegen heel ander gedrag aan: cliënten die bot uit de hoek komen, emoties van anderen niet oppikken of juist ‘oversensitief’ lijken. Kyra Wijnen (VIGO/Vincent van Gogh) onderzocht dit fenomeen. Haar belangrijkste les voor de praktijk: “Wat we vaak zien als een lastige karaktereigenschap, zou schade in het brein kunnen zijn.”

De ‘sociale motor’ van ons brein

Sociale cognitie is eigenlijk de motor die onze omgang met anderen aandrijft. Het zijn de vaardigheden die we nodig hebben om succesvol te communiceren. Kyra legt dit vaak uit aan de hand van drie stappen: eerst moet je een emotie bij de ander waarnemen (zoals een frons), daarna moet je die emotie correct interpreteren (begrijpen dat de ander boos is) en tot slot moet je die informatie toepassen door gepast te reageren.

Uit de meta-analyse van Kyra blijkt dat deze motor bij mensen met Korsakov op alle punten hapert. Ze scoren beduidend slechter dan mensen zonder Korsakov, maar ook slechter dan mensen met een alcoholverslaving zonder Korsakov. “Het lijkt bij Korsakov echt nog een graadje erger te zijn,” legt Kyra uit. “Het herkennen van gezichtsuitdrukkingen is lastig, maar ook het aanvoelen van een sociale blunder gaat vaak mis.”

Geen karakter, maar een breuk met het verleden

Het belangrijkste inzicht voor de werkvloer is dat dit gedrag vaak een directe breuk is met hoe iemand vroeger was. Het is geen ‘moeilijk karakter’, maar mogelijk het gevolg van de hersenschade die optreedt na de Wernicke-encefalopathie.

Kyra herinnert zich bijvoorbeeld een dame op de afdeling die van nature altijd al een gevoelige vrouw was geweest. Maar nadat zij Korsakov kreeg, leken de grenzen tussen haar eigen emoties en die van anderen volledig te vervagen. Als een medebewoner een slechte dag had, wilde ze diegene troosten, ook als dat helemaal niet passend was. Het was alsof ze ‘hypersensitief’ was geworden door de schade; een verandering ten opzichte van haar gezonde jaren.

Ook zien we cliënten die de plank volledig kunnen misslaan in het contact, terwijl ze voorheen sociaal heel handig waren. Kyra vertelt over een man die heel graag aansluiting zocht bij de groep met grapjes. Voor zijn ziekte was hij waarschijnlijk de lollige man op een feestje, maar nu waren zijn grappen vaak kwetsend of ongepast. Hij dacht zelf dat hij heel gezellig bezig was, maar door de schade pikte hij de signalen van de anderen simpelweg niet meer op. Hij had geen kwaad in de zin, maar begreep de ongeschreven sociale spelregels niet meer.

Van weten naar doen: de volgende stap

Het onderzoek waar Kyra onlangs over publiceerde, was een zogenaamde meta-analyse. Hierin bracht zij alle wetenschappelijke kennis die wereldwijd al bestond over dit onderwerp bij elkaar. “Dat was eigenlijk de opening,” vertelt Kyra. “We weten nu zéker dat sociale cognitie een probleem is bij deze doelgroep, maar we weten nog niet precies hoe we dit het beste kunnen meten en behandelen.”

Daarom gaat haar onderzoek nu een belangrijke nieuwe fase in. In haar PhD-project werkt ze aan de vertaling naar de praktijk. Ze onderzoekt een nieuw instrument (een vragenlijst) waarbij niet alleen de cliënt zelf, maar ook de verpleging en naasten in kaart brengen waar de sociale motor hapert. Daarnaast onderzoekt ze een behandeling die specifiek gericht is op emotieregulatie en het herkennen van emoties. Zo wordt wetenschappelijke kennis omgezet in concrete handvatten voor de afdeling.

Wat kun je nu al doen in de praktijk?

Wanneer we dit gedrag herkennen als hersenschade, kunnen we met meer empathie naar de cliënt kijken. Het is onvermogen, geen onwil. Als zorgverlener kun je hierop inspelen door je communicatie aan te passen:

  • Wees expliciet: Vertrouw niet op subtiele hints of alleen je gezichtsuitdrukking. Zeg rustig en duidelijk wat je voelt: “Ik vind het niet prettig dat je dit nu zegt, ik word daar een beetje boos van.”
  • Help bij het duiden: Ondersteun de cliënt door samen stil te staan bij hun gevoel. Vraag simpelweg: “Is dit boosheid of verdriet?” Dit helpt de cliënt om weer een beetje grip te krijgen op een wereld die ze sociaal niet meer goed begrijpen.
  • Geen sarcasme: Vermijd grapjes met een dubbele bodem, omdat deze vaak verkeerd begrepen worden.

Door deze bril te gebruiken, begrijpen we niet alleen de cliënt beter, maar kunnen we ook naasten uitleggen dat hun geliefde niet ‘veranderd is van karakter’, maar dat de sociale motor van het brein ondersteuning nodig heeft.

Meer lezen over dit onderzoek?

De volledige resultaten van de meta-analyse zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Addiction. Je kunt het artikel van Kyra Wijnen en collega's, getiteld "Social cognition in Korsakoff’s syndrome: A meta-analysis", online terugvinden via deze link.

Kyra Wijnen is GZ-psycholoog in opleiding tot klinisch neuropsycholoog bij VIGO/Vincent van Gogh. Het onderzoek is verricht bij het centrum voor Korsakov van Vincent van Gogh.