Dick van Duijn

Dick van Duijn

Dick van Duijn werkt praktisch zijn hele leven al in de zorg. Geschoold als verpleegkundige werkte hij de eerste jaren van zijn loopbaan met de ‘handjes aan het bed’. Daarna rolde hij langzamerhand meer de managementkant van de zorg op. En sinds kort is Van Duijn lid van het bestuur van het KKC.

Van Duijn werkte tot voor enkele jaren geleden vooral als manager in ziekenhuizen. De laatste jaren maakt hij zich als bestuurder hard voor de ouderenzorg, onder meer bij Zorgpartners Midden-Holland. “Omdat ik al zo lang meeloop in de zorg zag ik allerlei zaken waarvan ik denk dat ze beter kunnen. Op bestuurlijk niveau kun je invloed uitoefenen, vandaar dat ik me daarop heb gericht om zoveel mogelijk goede dingen te kunnen doen voor de sector.”

De plek in het bestuur van het KKC kwam op het juiste moment op zijn pad, vertelt Van Duijn. “Ik heb in het verleden in mijn persoonlijke leven zelf met korsakov te maken gehad, dus in die zin ken ik de doelgroep. Vanuit het bestuur kan ik mijn ervaringen hopelijk gebruiken om het KKC en de doelgroep nog verder te helpen. Ik bied dus niet alleen bestuurlijke maar ook persoonlijke ervaring. Mijn plaats in het bestuur maakt de cirkel zo eigenlijk weer rond.”

Van Duijn weet welke potentie het KKC heeft. Hij zit al jaren in het bestuur van het WCS Kenniscentrum Wondzorg, maar ziet ook bij het expertisecentrum voor kinderoncologie in Utrecht de sterke punten van de wisselwerking tussen kenniscentrum en aangesloten organisaties. “Ik heb op die plekken gezien hoe sterk een kenniscentrum kan zijn in de zin van kennis verzamelen maar ook uitwisselen met satellietorganisaties. Hoe sterker die wisselwerking wordt, hoe sterker de vliegwielwerking en hoe meer kennis er boven water komt en gedeeld wordt. En daar willen we met het KKC ook naartoe zodat we aan alle professionele standaarden kunnen voldoen, maar die ook kunnen verbeteren. Daarin schuilt meteen ook de waarde voor andere organisaties om lid te worden van het KKC. Kennis delen en nieuwe kennis opdoen om zo de mensen met korsakov beter te helpen.”